|
Dit klooster bestond al in 1410. Het lag aanvankelijk op de Papenhulst, daarna werd in 1542 hun klooster op de Windmolenberg gebouwd. Ze onderhielden de regels van de derde orde van St. Franciscus (Tertiarissen). In 1459 gaf de bisschop van Luik, Louis de Bourbon, hen toestemming hun klooster te verkopen (aan de zusters des Gemene Levens, die daar het klooster Bethanië vestigen) en verkregen ze het recht een nieuw klooster met kerkhof op te richten en het slot in te voeren. Ze bouwen dan het klooster Achter de Tolbrug, toegewijd aan de HH. Elisabeth en Agnes. In 1532 sluiten ze zich aan bij het Kapittel van Zepperen tot in 1568 de paus het gezag van dit kapittel over de Franciscanessen ontnam. Het klooster had te lijden van de beeldenstorm en de kerk werd in 1575 door een onweer beschadigd. Hun statuten vindt men in Coeverincx. Na 1629 stierven ze langzaam uit. | 26 |
J.A.M. Hoekx, 'De Bossche kloosters tot aan de inname van de stad in 1629' in Bossche Bouwstenen VI (1983) 12-36
|
De geschiedenis van dit voormalig klooster, ook wel het Convent van den derden regel van St. Franciscus of de St. Elisabeths bloemenkamp genaamd, vindt men uitvoerig vermeld bij Schutjens t.a.p. IV p. 485.
Johan baron van Leefdael, heer van Deurne, verkocht 27 October 1707 (Reg. n° 527 f. 22) als raad en rentmeestergeneraal van de Episcopale en andere geestelijke goederen, dit klooster met de daarbij behoorende gronden, met uitzondering van eene beemd en eenen moestuin, die, zooals wij op blz. 222 reeds zagen, al in 1641 verkocht waren, in acht verschillende koopen aan onderscheidene particulieren; deze koopen waren:
| 371 | ||||||||||
Na dezen verkoop werden de langs de Lange Tolbrugstraat gestaan hebbende kloostergebouwen tot huisjes of woninkjes verbouwd.
Theodorus Eymberts, koopman te Bergen op Zoom en Anna Gondelaa Eymberts, huisvrouw van Johan Baptist Lurachi, in hunne hoedanigheid van voogden over de onmondige kinderen van Daniel van Veen en diens huisvrouw Maria Catharina Eymberts, verkochten 2 Juni 1731 (Reg. n° 545 f. 108) den door genoemden van Veen in 1707 gekochten tweeden koop, welke nu was: eene kerk, zoomede zes huisjes en één hoveniershuizing, een klooster geweest zijnde, met eenen tuin van voren en eenen tuin daarachter in de Korte Tolbrugstraat, ook tot dat klooster behoord hebbende, aan Daniel Mobachius Quaat, Michiel Samuel Rosendael en Hendrik Draak; van deze lieden kwamen die goederen ten slotte aan genoemden Michiel Samuel Rosendael, koopman te den Bosch en Cornelis Harel te Rotterdam; zij werden toen gezegd te zijn: „eene kerk met zes afzonderlijke huisjes en nog eene afzonderlijke hoveniershuizing en woning, vroeger een klooster geweest zijnde, met eenen tuin van voren en nog eenen tuin daarachteraan sluitende, staande en gelegen in de Korte Tolbrugstraat
| 372 | ||||||||||
|
en begrensd door O. de gemeene straat, W. de Dieze, Z. het ander gedeelte van gezegd klooster en N. den gemeenen ingang of galerij. Laatstgenoemde koopers werden ook eigenaars van voorbedoeld ander gedeelte van het klooster met den tuin aan de Tolbrugstraat, staande en gelegen tusschen hetgeen, als laatstgezegd, een klooster geweest was, ex uno en het erf van de erfgenamen der Wed. van der Horst ex alio, strekkende voor van de Korte Tolbrugstraat tot achteraan tegen het water of eene sloot; zij verkochten die eigendommen 13 Januari 1744 (Reg. n° 563 f. 202 vso) aan de stad den Bosch, die daarop in datzelfde jaar eenige van de op die eigendommen staande gebouwen deed afbreken en op een deel van hunne erven en daarbij behoorende gronden drie blokken barakken of wel eene kazerne heeft doen bouwen tot kazerneering van 1134 man infanterie; zij heette later de Tolbrugkazerne. De andere kazernes, welke die stad in dat jaar of in het daaraan voorafgaand jaar deed bouwen, waren, zooals wij reeds zagen, de St. Jacobskazerne voor 960 man infanterie; de Mortelkazerne voor 840 man cavalerie en de Berewoutkazerne voor 384 man artillerie. Het leggen van garnizoen in de Lange Tolbrugstraat was de aanleiding, dat in die straat, hoewel zij tot dusverre nooit eene voorname doch wel eene fatsoenlijke straat was geweest, gevestigd werden verscheidene verdachte danshuizen en bordeelen, welke laatsten een eeuw geleden in den Bosch kabinetten van liefde werden genaamd. Van hetgeen de stad den Bosch voor den bouw der Tolbrugkazerne, zooals gezegd, had aangekocht, was daarvoor een stuk niet noodig; zij bestemde dat stuk daarom tot eene hovenierswoning met moestuin. Den 27 April 1758 (Reg. n° 573 f. 135 vso) verkocht zij dien tuin, welke alstoen omschreven werd als: „een moestuin, gelegen in de Tolbrugstraat ter plaatse waar het Klooster achter Tolbrug had gestaan, hebbende zijnen ingang naast den aschbak der Barakken en strekkende van den hoogen muur dier barakken tot aan de houten heining van den tuin van Rudolph van Rijn en zijnde
| 373 | ||||||||||
|
voorts begrensd door den tuin van na te noemen koopster Tolbrugstraatwaarts ex uno en den tuin van Anthony van Hanswijk ex alio”; koopster werd toen daarvan Petronella de Zeeuw, weduwe van Anthony Suyskens, koopvrouw te den Bosch. Van haar werd die tuin geërfd door haren zoon Anthony Mathias Suyskens, zilversmid te den Bosch, welke dien vergrootte door van een en zekeren Petrus Schippers er een stuk bij te koopen; hij vermaakte dien aldus vergrootten moestuin aan zijne vrouw Isabella Helena Josephina van Balen, die na zijnen dood hertrouwde met Lambertus Gerardus Antonius Schenck van Nydeggen 1); staande dit tweede huwelijk verkocht zij 16 Januari 1786 (Reg. n° 602 f. 70 vso) een deel van dien tuin aan Dirk van Roothuysen, koopman te den Bosch en het ander deel, ten behoeve van het Rijk, aan Nicolaas Cornelis Tieboel 2), luitenant-kolonel-ingenieur en directeur van het Departement de Nedermaas en Waal; laatstbedoeld deel werd toen aldus omschreven: „het klooster, genaamd de Koepoort, staande in de Tolbrugstraat en bestaande alsnu: in vijf woningen met zolder onder één dak en den grond van een afgebrand pakhuis, alsmede in eenen moestuin, gelegen vanaf gezegd klooster tot aan den publieken weg onder de Boomkens (de Hooge Nieuwstraat n.l.). Volgens Van Heurn Beschrijving was dit zoogenaamd klooster, dat toen, als gezegd, de Koepoort werd genaamd, het eenige gedeelte van het Klooster achter de Tolbrug, dat tot dusverre nog was blijven staan; het werd in het jaar 1786 door het Rijk afgebroken, waarna door hetzelve op het erf daarvan zoomede | 374 | ||||||||||
|
op het overig terrein, dat het Rijk als voormeld, had aangekocht, gebouwd werd 's Landsmagazijn, dat thans nog bestaat. De Tolbrugkazerne is eenige jaren geleden als zoodanig afgekeurd geworden en daarop door de gemeente den Bosch verkocht aan nu wijlen Maurits van den Bergh, schoenfabrikant aldaar; zij behoort thans aan de naamlooze vennootschap van den Bergh's schoenfabriek.
Een eind verder in de richting van de Markt naast het huis aan den hoek van de Lange Tolbrugstraat en de Suikerstraat, alzoo in deze laatste straat, stond Het huis van mr. Hendricus Agyleus.
| 375 |
| Noten | |
| 1. | Toen deze man was overleden hertrouwde zij andermaal en wel met den gepensionneerd luitenant-kolonel Johannes Zeebis, die na haren dood in 1806 te den Bosch hertrouwde met Dorothea Allegonda van Hellenberg, weduwe van Jean Paul Vincent. |
| 2. | Hij kocht 14 Februari 1778 van Barthelemi Lassere, chirurgijn-majoor, een huis in de Kerkstraat te den Bosch, dat een uitgang in de Korte Putstraat had en naast het huis de Drie papagaaien stond; den 22 Juni 1791, toen hij commandant van het fort Crévecoeur was, verkocht hij dat huis weder en wel aan Johan Verstelt, auditeur-mililair en notaris te den Bosch; het was toen genummerd E n° 100. |
De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch III (1910) 371-374
| ? |
Klooster Achter de Tolbrug in 's-Hertogenbosch 1533-1656Legger van cijnzen, met uitreksel van cijnsakten sedert 1341, 1560-1566. Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) |
|
| 1533 |
Klooster Achter de Tolbrug in 's-Hertogenbosch 1533-1656Bevelschrift bisschop van Luik aan moeder klooster achter de Tolbrug in 's-Hertogenbosch om Wijnand van Ravenstein als pater van het klooster te ontslaan, 1533. Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) |
|
| 1618 |
Klooster Achter de Tolbrug in 's-Hertogenbosch 1533-1656Akte van overdracht, verleden voor schepenen van 's-Hertogenbosch, van cijnzen door Walburg Hendriks de Bie aan Dirk van Kessel, secretaris van 's-Hertogenbosch, voor het klooster Achter de Tolbrug, 1618. Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) |
| 1452 |
In dit jaar wordt een klooster gesticht: 'Bloemenkamp' dankzij de mildadigheid van jonkvrouwe Johanna van Vlierden. De religieuzen zijn tertiarissen met als patronessen de H. Elisabeth en de H. Agnes. Achtereenvolgens is het klooster gevestigd op de Windmolenberg, op het Hinthamereinde en Achter de Tolbrug. Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch |
|
| 1691 |
Het klooster 'Achter de Tolbrug' wordt door de Raad van State afgestaan aan de stad om er een tuchthuis van te maken. Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch |
|
| 1786 |
Het voormalige klooster van St. Elizabeth Bloemenkamp achter de Tolbrug wordt gesloopt om plaats te maken voor een arsenaal. Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch |
J.H. van Heurn, Beschrijving der Stad 's-Hertogenbosch (2022) 272
L. van de Meerendonk, Het klooster op de Eikendonk te Den Dungen II (1964) 3, 4, 5, 6, 14, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 30, 31, 32, 33, 38, 39, 46, 47, 48, 56, 57, 58, 59, 60, 68, 78, 79, 114, 130, 131, 132, 135, 137
L. van de Meerendonk, Tussen reformatie en contra-reformatie IX (1967) 111, 119, 125n, 138, 246, 247, 248, 249, 250
Jan Sanders, Kroniek van Molius (2003) 137
Jan Sanders, 'Verkloostering in het vijftiende-eeuwse 's-Hertogenbosch' in: Noordbrabants Historisch Jaarboek 33 (2016) 91-93, 97-98
A. van Sasse van Ysselt, 'De biechtvader van het nonnenklooster Achter de Tolbrug te 's Hertogenbosch' in: Taxandria (1916) 273-279
L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch (1876) IV. 483-491
Varia Historica Brabantica III (1969) 260